Bronnorm: binnen één uur ter plaatse
Het Toetsingskader Kraamzorg van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd noemt bij professioneel samenwerken als toetsingscriterium dat de partusassistentie binnen één uur na de oproep van de verloskundige ter plaatse is. Het kader koppelt dit aan voorbereiden, ondersteunen, begeleiden en verzorgen vlak voor, tijdens en kort na de bevalling en aan samenwerking met de verloskundige.
Die termijn is voor de organisatie een resultaat van meerdere stappen. Meet daarom niet alleen de reistijd vanaf vertrek. Leg ook vast wanneer de oproep is ontvangen, wanneer de medewerker de inzet heeft bevestigd, wanneer zij is vertrokken en wanneer zij ter plaatse was. Alleen zo wordt zichtbaar of vertraging ontstaat in bereikbaarheid, besluitvorming, beschikbaarheid of route.
Maak de oproep eenduidig en terugleesbaar
Gebruik één herkenbaar oproepkanaal voor verloskundigen en leg vast welke minimale gegevens nodig zijn: cliënt en locatie, oproeptijd, contactpersoon, verwachte fase, bijzonderheden die voor veilige inzet nodig zijn en een terugbelnummer. Laat de planner of bereikbaarheidsdienst de ontvangst direct bevestigen en de ingezette medewerker expliciet terugmelden.
Voorkom dat een oproep tegelijk via app, privételefoon en algemene mailbox binnenkomt. Meerdere kanalen geven geen zekerheid wanneer onduidelijk blijft welk bericht leidend is. Beschrijf ook de escalatie als binnen enkele minuten geen bevestiging volgt, zodat de verloskundige niet zelf verschillende medewerkers hoeft te zoeken.
- Registreer ontvangsttijd en naam van de oproeper.
- Wijs één medewerker toe en laat haar de inzet bevestigen.
- Geef verwachte aankomsttijd en afwijkingen terug aan de verloskundige.
- Activeer een vooraf bepaalde tweede route als bevestiging uitblijft.
Plan beschikbaarheid op bereik, niet alleen op uren
Een vrije medewerker op het rooster is nog niet automatisch tijdig inzetbaar. Combineer beschikbaarheid met vertrekpunt, realistische reistijd, verkeers- en weersrisico, benodigde materialen en eventuele lopende zorg. Maak vooraf duidelijk welke inzet mag worden onderbroken, wie die zorg overneemt en wie de beslissing neemt wanneer twee oproepen samenlopen.
Gebruik historische oproep- en reistijden om de regio-indeling en achterwacht te toetsen. Dat is een managementinstrument, geen garantie per geboorte. Wanneer de reistijd niet haalbaar lijkt, moet de planner vroeg escaleren en een alternatieve inzet organiseren in plaats van de overschrijding pas achteraf te registreren.
Geef de medewerker vóór vertrek de juiste informatie
Het IGJ-kader verlangt dat de intakeconsulent samen met de cliënt een kraamdossier samenstelt en dat de kraamverzorgende dit kent en methodisch gebruikt. Zorg daarom dat de ingezette medewerker vóór vertrek toegang heeft tot de voor deze inzet noodzakelijke gegevens, zonder dat een planner medische details via onbeveiligde berichten doorstuurt.
Controleer of adres, bereikbaarheid van de woning, afgesproken plaats van bevalling, contactgegevens en relevante zorgafspraken actueel zijn. Laat onduidelijke of ontbrekende informatie niet stilzwijgend bij de medewerker landen. Wijs een professionele achterwacht aan die kan beoordelen welke informatie nodig is en hoe een wijziging wordt vastgelegd.
Scheid leiding, assistentie en werkgeversverantwoordelijkheid
De NZa-beleidsregel Kraamzorg 2026 omschrijft partusassistentie als voorbereiden op en assisteren bij de bevalling en verzorgen van moeder en kind direct daarna, onder leiding van een verloskundige of huisarts. Die zorginhoudelijke leiding neemt de werkgeversverantwoordelijkheid voor inzet, bekwaamheid, bereikbaarheid en arbeidsomstandigheden niet over.
Leg in de werkinstructie vast welke taken bij de kraamverzorgende horen, hoe zij grenzen van deskundigheid aangeeft en wie zij belt bij een onveilige of onduidelijke situatie. Spreek met regionale verloskundigen af welke terugmelding zij ontvangen en hoe verschillen in werkwijze worden opgelost zonder tijdens de bevalling over verantwoordelijkheden te onderhandelen.
Organiseer overdracht zodra meer medewerkers betrokken raken
Het IGJ-kader noemt dat de organisatie vooraf communiceert over mogelijke inzet van meerdere kraamverzorgenden, dat medewerkers afstemmen over continuïteit en dat afspraken in het kraamdossier worden vastgelegd. Maak daarom een expliciet overdrachtsmoment wanneer de partusassistent niet dezelfde medewerker is als degene die de kraamzorg vervolgt.
Draag minimaal de feitelijke observaties, uitgevoerde handelingen, actuele afspraken met de verloskundige, open aandachtspunten en bereikbaarheid over. Noteer wie de zorg overneemt en op welk tijdstip. Een mondelinge samenvatting zonder vastlegging is kwetsbaar wanneer een dienstwissel, rustperiode of tweede gezin volgt.
Leg inzet via een andere aanbieder ook contractueel vast
De NZa staat toe dat partusassistentie via onderlinge dienstverlening door een andere zorgaanbieder wordt geleverd, maar verbindt daaraan contractuele voorwaarden. De overeenkomst met de zorgverzekeraar moet de inhoud van de te leveren zorg, het tarief en de inzet van de derde zorgaanbieder dekken.
Een declaratieafspraak is nog geen operationele samenwerking. Leg daarnaast vast wie oproepen ontvangt, wie de inzet bevestigt, welk dossier wordt gebruikt, wie incidenten behandelt, welke bekwaamheidscontrole geldt en hoe de overdracht terugkomt bij de gecontracteerde aanbieder. Test deze keten met beide organisaties voordat zij voor een echte oproep nodig is.
Bronnen
- IGJ — Toetsingskader Kraamzorg, april 2024 (opent in een nieuw venster)
- NZa — Beleidsregel kraamzorg BR/REG-26139, geldig in 2026 (opent in een nieuw venster)
Bronnen voor het laatst gecontroleerd op 18 september 2026.