De kern in het kort
Een rooster is pas correct wanneer contracturen, inzetbaarheid, wachtdiensten, feitelijk gewerkte tijd en rust in samenhang worden gecontroleerd. Alleen kijken naar de geplande zorguren is onvoldoende.
- Volgens de cao werkt een medewerker binnen de vastgestelde werktijden maximaal tien uur per dienst; bij een incidentele onvoorziene wijziging kan maximaal twaalf uur worden gevraagd.
- Een wachtdienst duurt maximaal acht aaneengesloten uren en er mogen maximaal twee wachtdiensten van acht uur achter elkaar worden ingeroosterd, waarna minimaal acht uur rust geldt.
- Als geen andere afspraken zijn gemaakt, worden bij werken op rooster de vastgestelde werkdagen ten minste veertien etmalen vooraf bekendgemaakt.
Gebruik de cao-definities, niet de systeemlabels
Een planningssysteem kan labels gebruiken als beschikbaar, standby, oproepbaar of reserve. Die labels bepalen niet vanzelf hoe de tijd juridisch en cao-technisch moet worden behandeld. Koppel ieder intern label aan de juiste cao-definitie en leg vast wat er gebeurt zodra iemand wordt opgeroepen of daadwerkelijk zorg verleent.
De cao bepaalt dat gewerkte tijd na een oproep tijdens een wachtdienst arbeidsduur is. De maximale dienst omvat voor een kraamverzorgende de zorginzet inclusief de voorafgaande wachtdienst. Die samenhang moet dus ook in de urencontrole zichtbaar zijn.
Rust is een harde planningsvariabele
De cao bevat meerdere rustregimes en een specifieke mogelijkheid voor kraamverzorgenden. Een werkgever moet bepalen welk regime wordt toegepast en dit consequent controleren. Een wachtdienst mag niet in een voorgeschreven onafgebroken rustperiode worden opgedragen.
Maak rust niet afhankelijk van handmatige herinnering. Laat een roostercontrole de voorgaande inzet, wachtdienst, oproep en geplande volgende dienst samen beoordelen. Registreer een afwijking met reden, beslisser en herstelmaatregel.
Medezeggenschap hoort in het roosterproces
De cao biedt ruimte voor een planning- en inzetprotocol en koppelt daar overleg met het medezeggenschapsorgaan aan. De verdeling tussen werken op rooster en flexibele inzet, de kaders en de bekendmaking van het rooster horen daarin thuis. Bij afspraken over het protocol verlangt de cao bovendien aantoonbare achterbanraadpleging.
Gebruik medezeggenschap niet alleen voor formele instemming aan het einde. Laat medewerkers vooraf toetsen of voorgestelde regels uitvoerbaar zijn bij partusassistentie, reistijd, overdracht, verschillende regio’s en herstel na nachtelijke inzet.
Signalen dat de formatie niet bij de zorgvraag past
Terugkerende ruilverzoeken, structurele plusuren, veel oproepen in dezelfde groep, gemiste pauzes en een hoge concentratie wachtdiensten zijn geen losse uitzonderingen. Ze kunnen erop wijzen dat de basisformatie, contractmix of inzetafspraken niet aansluiten op de zorgvraag.
Analyseer daarom niet alleen of een dienst uiteindelijk is gevuld. Kijk maandelijks naar roosterwijzigingen, overschrijdingen, wachtdienstbelasting, rustcorrecties en uitval. Bespreek patronen met planning, HR, leidinggevenden en medezeggenschap.
Werkgeverscheck
Toets het proces met herkenbare controles in plaats van een algemene afspraak om ‘op de cao te letten’.
- Heeft ieder planningslabel een vastgelegde cao-betekenis?
- Telt de controle wachtdienst en aansluitende zorginzet bij elkaar op waar dat moet?
- Worden maximale dienstduur, rust, vrije weekenden en roosterbekendmaking automatisch of aantoonbaar gecontroleerd?
- Zijn overdracht en feitelijk gewerkte tijd als werktijd verwerkt?
- Zijn afspraken met het medezeggenschapsorgaan en de achterbanraadpleging vastgelegd?
- Leiden terugkerende uitzonderingen tot een formatie- of procesbesluit?
Bronnen
- Cao Kraamzorg 2024–2026, hoofdstuk 4 (Bo Geboortezorg) (opent in een nieuw venster)
- Regels bij consignatie en bereikbaarheidsdienst, Rijksoverheid (opent in een nieuw venster)
Bronnen voor het laatst gecontroleerd op 10 augustus 2026.